27 september 2018

Wikipedia en de gevolgen van de herziening van het auteursrecht

Door Hanno Lans

In Straatsburg is eerder deze maand door het Europees Parlement gediscussieerd en gestemd over de herziening van het auteursrecht in Europa. Wijzigingen aan auteursrecht raken Wikipedia direct en vertegenwoordigers van onder meer Wikimedia Nederland waren daarom aanwezig in Straatsburg om europarlementariërs te laten zien hoe wij met auteursrecht omgaan en te pleiten voor regelgeving die rekening houdt met onze missie: de sum of all knowledge beschikbaar maken voor iedereen.

Het debat in Straatsburg werd fel en principieel gevoerd. Er waren pleidooien voor de inkomens van kunstenaars, pleidooien voor vrijheid van meningsuiting en de creativiteit van jongeren, maar bovenal was het een debat over het behoud van de Europese cultuur ten opzichte van de Amerikaanse techgiganten Google en Facebook, met uitgeverijen en auteursrechtenorganisaties die veel lobbywerk voerden.

De door de Europese Commissie voorgestelde en door de Raad van ministers aangepaste herziening leidt tot Europabrede geharmoniseerde uitzonderingen voor onderwijs, culturele instellingen en onderzoeksinstellingen, aanpassingen voor data mining, overname van nieuwsberichten en de aansprakelijkheid bij uploads van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Met amendementen werd geprobeerd uitzonderingen te verbreden en te voorkomen dat de aanpassingen gevolgen hebben voor het verspreiden van informatie. Veel amendementen werden niet aangenomen.

Een van de belangrijkste punten was de invoering van een ‘uploadfilter’. Dit is een voorgestelde regel waarbij aanbieders van platforms verantwoordelijk worden voor auteursrechtenschendingen door gebruikers die materiaal uploaden, en verplicht worden ‘gepaste’ technische maatregelen te nemen met auteursrechtenorganisaties.

Gevolgen voor brongebruik bij Wikipedia
De gevolgen voor Wikipedia doen zich voelen op meerdere plaatsen. Uiteraard is Wikipedia wat betreft bronnen voor een groot gedeelte afhankelijk van verschillende partijen, waaronder culturele instellingen, krantenuitgeverijen, maar ook Youtube en Flickr. Platforms waarop user-generated content worden aangeboden zijn momenteel een welkome bron voor beeldmateriaal; gebruikers bieden onder een vrijere Creative Commonslicentie werken aan van kranten en omroepen; deze traditionele media bieden tot op heden in het geheel niets aan in het publieke domein, zelfs niet als de commerciële waarde van werken allang verstreken is. Deze herziening van het auteursrecht bevat weliswaar een uitweg voor artiesten die merken dat hun vertegenwoordigers hun werken te weinig vermarkten, maar bevat geen enkele aansporing om rechthebbenden te stimuleren historisch niet-commercieel relevant materiaal aan het publiek domein te schenken.

Op dit moment is nog niet te zeggen wat de sociale platforms zoals YouTube gaan doen met de richtlijn die in het verschiet ligt. Momenteel hanteren zij de ‘notice and take downprocedure’ die wij ook kennen van Wikmedia Commons, de mediabibliotheek van Wikipedia. Dit combineren zij met automatische detectie van beschermd materiaal. De notice and take down methode waarbij werken online blijven staan tenzij rechtshebbenden hiervan melding maken of alsnog een regeling treffen, is ideaal omdat het er bijvoorbeeld voor zorgt dat historisch materiaal op YouTube zichtbaar is en alleen verwijderd wordt als de erven protesteren. De vraag is of de platforms dit materiaal, gevonden in schoenendozen op zolder, nog wel durven en kunnen accepteren. Dat betekent dat er mogelijk geen plek meer is voor veel historisch film- en videomateriaal op YouTube. De praktijk met rechtenclearing is zichtbaar bij het Eye filminstituut in Nederland dat nauwelijks filmmateriaal online kan plaatsen vanwege onbekende rechten.

Wat zijn de maatregelen die de platforms kunnen nemen? Ze zouden bijvoorbeeld de gebruiksvoorwaarden kunnen aanpassen om de uploaders alsnog aansprakelijk te kunnen stellen, of het technisch moeilijker maken om materiaal te uploaden door alleen recent materiaal gemaakt met de eigen camera toe te staan, of grote licenties afsluiten met auteursrechtenorganisaties. Hoewel auteursrechtenorganisaties daar natuurlijk wel op hopen, is het maar de vraag of de platforms voor grote alomvattende licenties gaan kiezen. Google bijvoorbeeld heeft meer dan 55 miljoen dollar geïnvesteerd in detectie van beschermde werken en het ligt voor de hand dat zij dat uitbouwen. Anderzijds moeten zij rekening houden met ip-trollen, mensen die auteursrechtelijk beschermd materiaal opsporen en schadevergoedingen laten eisen. De afhandeling hiervan kan veel werk zijn. Een van de oplossingen die Google zou kunnen gaan hanteren is enerzijds een soort van OTRS-systeem, gecombineerd met een uitgebreide gebruikersprofilering om geautomatiseerd te kunnen beoordelen of een gebruiker iemand is die regelmatig rechten schendt. Duidelijk is echter dat dergelijke platformen minder een creatieve broedplaats kunnen zijn waarbij geëxperimenteerd kan worden met creatieve werken.

Wikipedia als publiek domeinregister
Een amendement om landen te verplichten een register op te zetten voor werken in het publiek domein haalde het niet. Momenteel is het voor burgers heel lastig te bepalen welke oudere werken tot het publiek domein behoren. Auteursrechtenorganisaties als BumaStemra zijn daar ook niet heel behulpzaam in; zij houden alle liedjes in hun titelregister voor het innen van auteursrechten, ook al behoren ze inmiddels tot het publiek domein. Een databank had dit kunnen vergemakkelijken, bijvoorbeeld door auteursrechtenorganisaties te vragen lijsten van auteurs en werken te verstrekken die publiek domein zijn geworden. Ook voor platforms als YouTube zou zoiets zeker handig zijn voor het uploadfilter.
Het alternatief voor techbedrijven is om de auteursrechtelijke status van een werk te bepalen door deze op te vragen in Wikimedia Commons. Google heeft Commons al geïndexeerd en biedt hierdoor in Google Docs rechtenvrije afbeeldingen aan afkomstig van Wikimedia Commons. Naast Commons kan ook Wikidata een belangrijke databank gaan worden om de auteursrechtelijke status van werken te verifiëren aan de hand van de daar als aanwezige metadata.

Rol van erfgoedinstellingen en Wikipedia
Erfgoedinstellingen hebben een speciale status in het voorstel. Ze kunnen met auteursrechtenorganisaties overkoepelende jaarlijkse licenties afsluiten, waarbij deze ook de rechten kunnen vertegenwoordigen voor niet-aangeslotenen. Ook zou er een speciale regeling komen om bepaalde out-of-commerce werken online te kunnen plaatsen met een notice- and takedownmethode. De licentieregeling kan voor Wikipedia gevolgen hebben. Mochten de voorwaarden gunstig zijn dan vervalt bij instellingen die voor jaarlijkse overkoepelende licenties betalen de noodzaak om de auteursrechtensituatie van hun collectie uit te zoeken en rechthebbenden te achterhalen. Dit maakt het voor Wikipedia en gebruikers lastiger om te bepalen of een werk hergebruikt mag worden. Anderzijds ontslaan deze licenties instellingen met een publieke taak er niet van om materiaal voor hergebruik beschikbaar te stellen, dit vanwege de Wet Hergebruik Overheidsinformatie

3D
De vraag is of de herziening is voorbereid op nieuwe ontwikkelingen waaronder 3D en virtual reality. Hoewel Wikipedia hier nog beperkte voorzieningen voor heeft zal er een moment komen dat wij voorwerpen en landschappen driedimensionaal aanbieden. Openstreetmap, die wij nu tonen als kaart, ontwikkelt zich mogelijk tot een driedimensionale werkelijkheid geschikt voor zelfrijdende voertuigen. Computergames kunnen de wereld levensecht weergeven, musea starten met 3d inscannen en uitprinten en auteursrecht,waaronder panoramarecht, zou daarin een belemmerende rol kunnen spelen. Of de auteurswet is zo mediumneutraal dat deze al voldoet, of hier is gewoonweg nog geen rekening mee gehouden.

Datamining en Wikipedia
De herziening stelt dat data-mining alleen door onderzoeksinstellingen zonder toestemming gedaan mag worden. Nu draaien er op Wikimediaprojecten veel automatische bots die materiaal van andere databases gebruiken. Bijvoorbeeld om auteursrechtschendingen in teksten te ontdekken en om geautomatiseerd gegevens op te halen, zoals biografische gegevens. Wat onder datamining valt is nog onduidelijk en voor verwerking van data zou dit een belemmering kunnen zijn.

Uitgeversrecht en het vragen om toestemming
Voor nieuwsberichten komt er een apart uitgeversrecht. Vergelijkbaar met muziekrechten ontstaat er daardoor het recht van de auteur, en het recht van de uitgever. Dat kan ertoe leiden dat er meerdere rechthebbenden zijn en aan meerdere partijen toestemming moet worden gevraagd voor hergebruik.

Tot slot
Deze richtlijn lijkt naar achteren te kijken en gericht te zijn op het behoud van historische verdienmodellen van gevestigde organisaties. Er wordt vanuit gegaan dat platenmaatschappijen en uitgeverijconcerns een noodzakelijkheid zijn, terwijl momenteel iedere musicus en iedere schrijver zelf online kan publiceren en via crowdsourcing fondsen kan werven om materiaal in eigen productie uit te geven. Iets dergelijks geldt voor individuen die over erfgoed schrijven. Nu wordt een uitzondering gemaakt voor erfgoedinstellingen, maar waarom niet voor erfgoed in het algemeen, ongeacht of het een individu is die iets in zijn collectie heeft en beschikbaar wil stellen of een instelling? Logisch zou daar ook een micropaymentbetalingssysteem bij passen, waarbij de eindgebruiker (lezer, kijker of luisteraar) rechtstreeks de maker betalen zonder alle tussenlagen dier het eigenlijk alleen voor grote artiesten rendabel maken.

Wikimedia Foundation, CC BY-SA 3.0

Ontwerp en bouw website: Two Kings | Powered by Bolt